Ejemplos de traducción

castellano-neerlandés


neerlandés»francésfrancés»neerlandésneerlandés»castellanocastellano»neerlandésneerlandés»inglésinglés»neerlandés

Texto originalTraducción

Por una esquina aparecen tres niños.  Los tres juntos se acercan a la parte trasera del coche. Tras los limpios cristales está el altaúd: una caja marrón con una gran cruz en la tapa y dos vistosos tiradores dorados a cada lado. Los críos se pegan como ventosas a la lustrosa carrocería negra. El conductor de la funeraria se apresura a separarlos, pero ya es demasiado tarde: manos, narices y bocas han dejado sobre las lunas su huella pringosa.

Los chavales se alejan corriendo y, desfiantes, siguen la escena desde el otro extremo de la plazoleta. Con una mueca solemne y el rostro enrojecido por el odio, el Señor Funeraria se vuelve hacia Pedro, El Cliente y El Viejo. La nuez afilada sube y baja con furia en el cuello descarnado, que cine como una soga la corbata.

Vamos a sacar a la hermana con cuidado. Usted colóquese aquí delante conmigo y ustedes dos sujeten el féretro por detrás. Agárrenlo por abajo. Las nasas ni tocarlas, !eh! que son de adorno. No lo olviden si no quieren que la hermanita se estrelle contra sus zapatos.

Op een hoek verschijnen drie kinderen. Met z'n drieën scharen ze zich om de achterzijde van de wagen. Achter het heldere glas staat de doodskist: een bruine kist met een groot kruis op het deksel en twee opvallende vergulde handvaten aan elke zijde. Als zuignappen staan de kinderen helemaal tegen het blinkende zwarte koetswerk geplakt. De begrafenisondernemer maakt nog aanstalten om hen weg te jagen maar het kwaad is al geschied: kinderhandjes, -neusjes en -mondjes hebben vette sporen achtergelaten op de ruiten.

De kinderen rennen weg en om toch nog een beetje uit te dagen, volgen ze het gebeuren aan de andere kant van het pleintje. Met plechtige blik maar hoogrood aangelopen uit ergernis stapt De Begrafenisondernemer naar Pedro, De Klant en De Oude Man. Zijn scherpe adamsappel gaat razend op en neer over zijn graatmagere hals. Zijn das lijkt er net een strop rond.

Wij gaan de zuster er voorzichtig uithalen. U en ik nemen de kist vooraan en jullie beiden achteraan. Neem ze onderaan vast. Niet aan de handvaten hé, die dienen enkel ter versiering. Onthoud het goed als jullie niet willen dat ons zustertje tegen de grond gaat.

Jacobina Antonia y Agustina Jacoba, las dos campanas del convento, tocan a muerto.

! Cuidado con las asas, que son de adorno! Una, dos y…

Y los hombres ¬¬¬__”!...tres!”__ levantan a la superiora y siguen al capellán, que inicia el cortejo rezando y con el hisopo de plata en la mano ,como si fuese un faro. Tras sor Benigna van las monjas cantando: “Amo al Señor porque escucha mi voz suplicante…”. El acento de las extranjeras mezclado con el llanto convierte la salmodia en una extrana melodía quejumbrosa e incomprensible sobre la que se levantan las voces agudas y desafinadas de sor Máxima __Poooorque incliiina su oiiido…”__, de sor Ascensión__”hacia miii el

día queee…”__y de Justa__”lo invoooco”__, que cierra el cortejo con el cirio aún apagado.

El cortejo avanza ahora por enormes estancias vacías sin más presencia que la de los gatos que huyen a la carrera ni más sonido que el arrullo de las palomas que han hecho su nido en los altos techos y las ventanas rotas. El recorrido acaba en una salita con una puerta, que da a una angosta escalera iluminada por una bombilla. El cura inicia el descenso, pero nadie le sigue.

El Señor Funeraria se ha detenido al advertir que llevan el féretro en sentido inverso; los pies en la cabeza y las cabeza en los pies.

!Señores, Los pies del finado van siempre por delante!

Los hombres giran y, durante la maniobra, Pedro observa que las monjas llevan las mismas zapatillas, cerradas y de gruesa tela negra, que Justa, la portera. Por fin, de acuerdo con las normas fúnebres llegan primero a la cripta los pies de sor Benigna, El Cliente y El Viejo, y luego la cabeza de sor Benigna, el Senor Funeraria y Pedro. Entran después las religiosas y, por último, las piernas varicosas de Justa. Las voces de sor Máxima y sor Ascensión resuenan en el sótano:”Hacia tiii, morada saaanta; hacia tiii, tierra de saaalvaaación…”

De doodsklok luidt. Jacoba Antonia en Agustina Jacobia, de twee klokken van het klooster, weergalmen.

Wees voorzichtig met de handvaten, ze dienen enkel ter versiering. Een, twee en…_drie ! De mannen heffen de doodskist op en volgen de kapelaan, die biddend vooraan in de rouwstoet loopt met de zilveren wijkwast die hij vasthoudt alsof het een zaklamp was. Achter de doodskist lopen de nonnen en zingen: “ Ik bemin de heer omdat hij mijn smeekbede aanhoort…”Het accent van de Indiase nonnen en het gejammer veranderen het psalmgezang in een vreemd en onverstaanbaar klaaglied dat overstemd wordt door de hoge maar valse stem van zuster Máxima_ “Omdat hij ons aanhoooooort…”-,samen met de stem van zuster Ascensión -“op de dag daaaat…”- en die van Justa -“ik hem aaaaaanriep”, die het gevolg afsluit met een nog gedoofde kaars.

De lijkstoet trekt nu door immense lege zalen waar niemand te zien is, behalve twee katten die op de vlucht slaan, en niets te horen valt, tenzij het gekir van de duiven die hun nesten bouwen op de hoge daken en in de gebroken ramen. Ze komen aan in een zaaltje bij een deur, die uitkomt op een smalle trap waar een gloeilamp het geheel verlicht. De pastoor zet de afdaling in, maar niemand volgt hem. De Begrafenisondernemer blijft stil staan want de kist ligt in de verkeerde richting: het hoofd ligt aan het voeteinde en omgekeerd.

- Heren! De voeten van de overledene komen altijd eerst !

De mannen draaien de kist en tijdens het manoeuvre merkt Pedro op dat alle nonnen dezelfde gesloten huisschoenen als Justa de portierster dragen, van dezelfde dikke zwarte stof. Uiteindelijk wordt zuster Benigna naar de crypte gedragen zoals het hoort op een begrafenis: eerst komen haar voeten, samen met De Klant en de Oude Man en dan komt haar hoofd, samen met De Begrafenisondernemer en Pedro. Daarna komen de nonnen binnen en als laatste verschijnen Justa's benen die onder de spataders zitten. Het gezang van zuster Máxima en zuster Ascensión weergalmt in de crypte:”Naar U, heilige hemel, naar U, land van veeerlooossing”.

( No volverá, Nuria Barrios)